Dispositie en de historie van het orgel

Inhoud van deze website:
- Beginpagina - Projectbeschrijving / stand van zaken - Dispositie en historie orgel
- Foto's orgel in oude toestand - Foto's orgelactie - -Foto's werkzaamheden
- Foto's orgel in opbouw fase 1 - Foto's orgel in opbouw fase 2
- Sponsors - Nieuws en Links - Gastenboek

dispositie vernieuwde orgel:
tractuur: toetsen: mechanisch, registers: electrisch;
windladen met slepen.

Speelhulpen:
koppelingen: P+I, P+II, I+II, II+II16'
Setter: Laukhuff, 999 registercombinaties programmeerbaar.
Zwelwerk met tremolo
Registercresendo

PEDAAL

1. Prestant 16'
2. Subbas 16'
3. Octaaf 8'(transm)
4. Gedekt 8'(transm)
5. Koraal 4'
6. Bazuin 16'
7. Trombone 8'




HOOFDWERK

8. Bourdon 16'
9. Prestant 8'
10. Fluit 8'
11. Salicionaal 8'
12. Bourdon 8'
13. Octaaf 4'
14. Roerfluit 4'
15. Kwint 2 2/3'
16. Octaaf 2'
17. Mixtuur IV-VI
18. Trompet 8'


ZWELWERK

19. Quintadena 16'
20. Prestant 8'
21. Viola da gamba 8'
22. Vox caelestis 8'
23. Holpijp 8'
24. Prestant 4'
25. Fluit 4'
26. Spitskwint 2 2/3'
27. Flageolet 2'
28. Terts 1 3/5'
29. Scherp III-IV
30. Hobo 8'
31. Schalmei 4'

Historie van het Pelsorgel:
In december 1943 besluit het kerkbestuur van de parochie van Sint Jan de Doper om voor de in 1931 in gebruik genomen kerk een nieuw orgel te laten bouwen. Orgelbouwer B. Pels & Zn te Alkmaar kreeg de opdracht.

Op 30 januari 1944 werden de plannen aan de parochianen bekend gemaakt door pastoor van Laer. Hij schreef: “Ons oud orgeltje heeft altijd goed zijn best gedaan maar is helemaal niet berekend voor de grootte van onze kerk. Het orgeltje werd in 1804 gekocht in Kleef en staat nu in de derde kerk. Het orgel zou eerst worden verkocht aan de parochie van Gennep maar toen die van Gennep het zagen, wilden ze het niet; het was hun te klein. Gennep telde toen 600 en Ottersum 1100 parochianen. Het orgeltje werd door de boeren van Ottersum voor een belangrijk deel betaald met rogge en spek. De kosten bedroegen 6.200 gulden. Dat moest nog worden aangevuld met:
- 200 pond rogge,
- 200 pond tarwe
- 150 kippeneieren
- 25 kilo boter
- 25 kilo spek."

Het is echter niet helemaal duidelijk wanneer het oude orgel is gebouwd en geplaatst. De literatuur (o.a. Het werk van de orgelmakersfamilie Van Eijsdonck - Van Nistelrooy - Kuijte en Wout van Kuilenburg. - 's Hertogenbosch: Noordbrabants Genootschap, 1983) laat dit open. De oorspronkelijke dispositie van het één manuaalsorgel met aangehangen pedaal was: Prestant 8', Bourdon 8', Octaaf 4', Flute Douce 4', Quint 3', Octaaf 2', Flageolet 1', Mixtuur III sterk, Trompet 8'.

Het is in 1842/1843 uitgebreid met een tweede klavier, en een derde klavier als zogenaamd koppelklavier. De dispositie luidde toen: Manuaal: Bourdon 16', Prestant 8', Bourdon 8', Octaaf 4', Fluit 4', Quint 3', Octaaf 2', Flageolet 1', Mixtuur III sterk, Trompet 8'. Positief: Holpijp 8', Salicionaal 8' (discant), Roerfluit 4', Viola di Gamba 4', Fluit 2', Clairon 4'. Pedaal: Aangehangen. Deze uitbreiding is volgens Gregoir verricht door Paulus van Nistelrooy, maar dat lijkt niet erg waarschijnlijk. Er zijn aanwijzingen die wijzen in de richting van Titz of de gebroeders Franssen.

Na de verbouwing/uitbreiding van de oude kerk voldeed het instrument al niet meer echt, zo constateerde de pastoor. En toen het oude orgel in 1931 door orgelbouwer Bik uit Boxmeer in de grote, huidige kerk werd geplaatst, was het helemaal behelpen. Het was feitelijk veel te klein voor zo’n groot gebedshuis. En, zo besloot de parochieherder: “Wij moeten geen minimumlijders willen zijn; dat zijn we met ons orgeltje al 140 jaar geweest!”

Zoals wij inmiddels weten, is voor het Pelsorgel niet alleen maar nieuw materiaal gebruikt. De windlade uit het oude orgeltje (bouwer Nolting uit het Duitse Emmerich) werd in het grote orgel benut voor het hoofdwerk. Waar de pijpen van dit oude orgel zijn gebleven is overigens niet bekend. Voor het zwelwerk en pedaal werden windladen gebruikt, afkomstig uit het Cavaillé Collorgel van het toenmalige Amsterdamse Paleis voor de Volksvlijt. Dit orgel raakte daar onderkomen en voldeed op een gegeven moment niet meer. Het werd afgebroken en opgeslagen, net op tijd. Daardoor overleefde het een brand die het paleis geheel in de as legde.

Haarlem wilde het orgel wel hebben voor haar concertgebouw. De oorspronkelijk wind(sleep)laden werden toen door nieuwe pneumatisch kegelladen vervangen, vermoedelijk omdat dat destijds goedkoper was dan het restaureren van de oude windladen. Deze hebben in Haarlem dus nooit in het concertgebouworgel gezeten.

Zo konden de windladen door de firma Pels voor het Ottersumse orgel worden gebruikt. Waarschijnlijk heeft het gebrek aan materiaal tijdens de oorlogsjaren er toe geleid dat voor deze laden werd gekozen maar het kan ook zijn dat het voor Ottersum “een koopje” was.

Op 13 januari 1944 ondertekende pastoor van Laer de "voorloopige overeenkomst" met daarin de opdracht aan de fa bernard Pels & Zoon te Alkmaar om een orgel te bouwen en te leveren voor de prijs van ƒ 17.500. In die eerste opdracht zou het orgel 30 sprekende stemmen krijgen waarvan er 5 gereserveerd zouden blijven. Er zouden dus 25 registers geplaatst worden. Vermoedelijk is er gelet op het aantal geoffreerde registers niet meteen sprake geweest van het aanwenden van de Cavaillé Coll windladen.

Met Pasen 1945 zou het orgel geleverd worden behoudens "force majeure". En force majeure was er volop: Oorlogshandelingen, evacuatie, hongerwinter in Holland maakten dat het veel langer duurde voor het bij Pels bestelde orgel kon worden opgeleverd. Bovendien bleken de kosten hoger dan geraamd "door gewijzigde tijdsomstandigheden", force majeur! het gevolg was een prijsverhoging van 25%. Maar ruim 3 jaar na de eerder overeengekomen opleveringsdatum kon het orgel alsnog worden opgeleverd en wel met de volledige dispositie van nu 31 sprekende stemmen.

Op zondag 11 juli 1948 was het zover. Om 4 uur ’s middags was de plechtige inzegeningen en werd het orgel ingespeeld door Piet Staay, organist van de Canisiuskerk in Nijmegen.

Het orgel bleek van meet af aan erg storingsgevoelig. Herhaaldelijk waren er groot onderhoud en grote reparaties nodig.

Uit het parochiearchief vinden wij dankzij de naspeuringen van mevrouw Trudy Dinnissen nog een schrijven uit de zestiger jaren van de vorige eeuw van de firma Pels aan de heer Houët uit Eindhoven, destijds vermaard orgeladviseur, waarin Pels i.v.m. aanstaand groot onderhoud aan de Ottersumse windladen gewag maakt van een verzoek van het gemeentebestuur van Haarlem om uit te zoeken waar de oude windladen uit het Cavaillé Collorgel van Haarlem zich bevonden. Ook toen werd kennelijk de mogelijkheid bekeken om tot een windladenuitruil te komen. Daar is het toen dus niet van gekomen. Het Ottersumse orgel kreeg vervolgens een grote onderhoudsbeurt die in april 1962 werd afgerond.

En zo verging het ons orgel verder:
- 1977: In april raakt de hele kerk onder de roet door brand in de verwarmingsinstallaties. Zes weken lang is de kerk gesloten. Het Pelsorgel wordt buiten gebruik gesteld dankzij vele storingen. In de parochie wordt een actie gehouden om geld bijeen te krijgen voor aanschaf van een electronisch orgel van het merk Albhorn. Het Pelsorgel raakt in verval. Pijpen vallen om, ongedierte houdt er huis.
- 1999: begin van een maandenlange klus van Frans Meeuws en Joep van Deursen waarbij het orgel zo goed mogelijk werd schoongemaakt, windlekkages gedicht en provisorisch hersteld en weer bespeelbaar gemaakt. Sedertdien is het weer in gebruik. Tijdens hun dinsdagavondklussen viel het Joep van Deursen op dat volgens hem de windladen van het zwelwerk en pedaal er heel anders uitzagen en waarschijnlijk veel ouder waren dan het orgel zelf. Uit naspeuringen van Frans Meeuws werd duidelijk wat voor bijzondere windladen er in het instrument zaten.
- april 2003: Meeuws leest in dagblad Trouw over de aanbesteding van de restauratie van het Cavaillé Collorgel in Haarlem en legt eerste contacten met Flentrop orgelbouw, de gemeente Haarlem en de rijksmonumentendienst over de mogelijke verkoop van de Cavaillé Collwindladen voor de restauratie van het concertgebouworgel van Haarlem. Men komt in Ottersum kijken en ziet de unieke kans om de laden naar Haarlem terug te brengen.
- Februari 2004: het kerkbestuur stemt in met het voorstel de CC windladen te verkopen voor een zodanig bedrag dat hiervan vervangende laden kunnen worden bekostigd en een algehele restauratie van het orgel financieel binnen bereik komt.
- Juli 2004: Flentrop demonteert de CC-windladen van zwelwerk en pedaal. De orgelpijpen van het zwel- en pedaalwerk worden een verdieping hoger in de kerktoren opgeslagen. Het hoofdwerk met de Noltinglade blijft met aangehangen pedaal nog bespeelbaar.
- april/mei 2005: de plannen voor herstel en vernieuwing van het orgel met verplaatsing naar het benedenbalkon worden concreet gemaakt.
- voorjaar 2006: definitieve opdracht tot restauratie, vernieuwing én verplaatsing van het Pelsorgel.

Zie voor verdere informatie bij Projectbeschrijving!