Historie van het
Pelsorgel: Op 30 januari 1944 werden de plannen aan de parochianen bekend gemaakt
door pastoor van Laer. Hij schreef: “Ons oud orgeltje heeft altijd goed
zijn best gedaan maar is helemaal niet berekend voor de grootte van onze
kerk. Het orgeltje werd in 1804 gekocht in Kleef en staat nu in de derde
kerk. Het orgel zou eerst worden verkocht aan de parochie van Gennep maar
toen die van Gennep het zagen, wilden ze het niet; het was hun te klein.
Gennep telde toen 600 en Ottersum 1100 parochianen. Het orgeltje werd door
de boeren van Ottersum voor een belangrijk deel betaald met rogge en spek.
De kosten bedroegen 6.200 gulden. Dat moest nog worden aangevuld met: Het is echter niet helemaal duidelijk wanneer het oude orgel is gebouwd
en geplaatst. De literatuur (o.a. Het werk van de orgelmakersfamilie Van
Eijsdonck - Van Nistelrooy - Kuijte en Wout van Kuilenburg. - 's
Hertogenbosch: Noordbrabants Genootschap, 1983) laat dit open. De
oorspronkelijke dispositie van het één manuaalsorgel met aangehangen
pedaal was: Prestant 8', Bourdon 8', Octaaf 4', Flute Douce 4', Quint 3',
Octaaf 2', Flageolet 1', Mixtuur III sterk, Trompet 8'. Na de verbouwing/uitbreiding van de oude kerk voldeed het instrument al
niet meer echt, zo constateerde de pastoor. En toen het oude orgel in 1931
door orgelbouwer Bik uit Boxmeer in de grote, huidige kerk werd geplaatst,
was het helemaal behelpen. Het was feitelijk veel te klein voor zo’n groot
gebedshuis. En, zo besloot de parochieherder: “Wij moeten geen
minimumlijders willen zijn; dat zijn we met ons orgeltje al 140 jaar
geweest!” Zoals wij inmiddels weten, is voor het Pelsorgel niet alleen maar nieuw
materiaal gebruikt. De windlade uit het oude orgeltje (bouwer Nolting uit
het Duitse Emmerich) werd in het grote orgel benut voor het hoofdwerk.
Waar de pijpen van dit oude orgel zijn gebleven is overigens niet bekend.
Voor het zwelwerk en pedaal werden windladen gebruikt, afkomstig uit het
Cavaillé Collorgel van het toenmalige Amsterdamse Paleis voor de
Volksvlijt. Dit orgel raakte daar onderkomen en voldeed op een gegeven
moment niet meer. Het werd afgebroken en opgeslagen, net op tijd. Daardoor
overleefde het een brand die het paleis geheel in de as legde. Haarlem wilde het orgel wel hebben voor haar concertgebouw. De
oorspronkelijk wind(sleep)laden werden toen door nieuwe pneumatisch
kegelladen vervangen, vermoedelijk omdat dat destijds goedkoper was dan
het restaureren van de oude windladen. Deze hebben in Haarlem dus nooit in
het concertgebouworgel gezeten. Zo konden de windladen door de firma Pels voor het Ottersumse orgel
worden gebruikt. Waarschijnlijk heeft het gebrek aan materiaal tijdens de
oorlogsjaren er toe geleid dat voor deze laden werd gekozen maar het kan
ook zijn dat het voor Ottersum “een koopje” was. Op 13 januari 1944 ondertekende pastoor van Laer de "voorloopige
overeenkomst" met daarin de opdracht aan de fa bernard Pels & Zoon te
Alkmaar om een orgel te bouwen en te leveren voor de prijs van ƒ 17.500.
In die eerste opdracht zou het orgel 30 sprekende stemmen krijgen waarvan
er 5 gereserveerd zouden blijven. Er zouden dus 25 registers geplaatst
worden. Vermoedelijk is er gelet op het aantal geoffreerde registers niet
meteen sprake geweest van het aanwenden van de Cavaillé Coll
windladen. Met Pasen 1945 zou het orgel geleverd worden behoudens "farce majeure".
En farce majeure was er volop: Oorlogshandelingen, evacuatie, hongerwinter
in Holland maakten dat het veel langer duurde voor het bij Pels bestelde
orgel kon worden opgeleverd. Bovendien bleken de kosten hoger dan geraamd
"door gewijzigde tijdsomstandigheden", farce majeur! het gevolg was een
prijsverhoging van 25%. Maar ruim 3 jaar na de eerder overeengekomen
opleveringsdatum kon het orgel alsnog worden opgeleverd en wel met de
volledige dispositie van nu 31 sprekende stemmen. Op zondag 11 juli 1948 was het zover. Om 4 uur ’s middags was de
plechtige inzegeningen en werd het orgel ingespeeld door Piet Staay,
organist van de Canisiuskerk in Nijmegen. Het orgel bleek van meet af aan erg storingsgevoelig. Herhaaldelijk
waren er groot onderhoud en grote reparaties nodig. Uit het parochiearchief vinden wij dankzij de naspeuringen van mevrouw
Trudy Dinnissen nog een schrijven uit de zestiger jaren van de vorige eeuw
van de firma Pels aan de heer Houët uit Eindhoven, destijds vermaard
orgeladviseur, waarin Pels i.v.m. aanstaand groot onderhoud aan de
Ottersumse windladen gewag maakt van een verzoek van het gemeentebestuur
van Haarlem om uit te zoeken waar de oude windladen uit het Cavaillé
Collorgel van Haarlem zich bevonden. Ook toen werd kennelijk de
mogelijkheid bekeken om tot een windladenuitruil te komen. Daar is het
toen dus niet van gekomen. Het Ottersumse orgel kreeg vervolgens een grote
onderhoudsbeurt die in april 1962 werd afgerond. En zo verging het ons orgel verder: Zie voor verdere informatie bij |